Functionaliteiten van de app Modusinstellingen
Modusinstellingen van TI-84 Evo-T bepalen de manier waarop getallen en grafieken worden weergegeven. Instellingen blijven bewaard als je de rekenmachine uitzet.
Selecteer in het beginscherm het pictogram modusinstellingen
of druk op j op het toetsenbord om het scherm met modusinstellingen te openen.
Druk op de pijl omlaag ≥ of de pijl omhoog ≤om te navigeren tussen de verschillende instellingsopties, druk op de pijl naar rechts › en de pijl naar links ‹ om de cursor naar de gewenste instellingen te verplaatsen en druk op =.
Zie de onderstaande voorbeelden voor een overzicht van de verschillende instellingen die zijn opgenomen in de app Modusinstellingen.
Instellingen grafiekmodus wijzigen
Selecteer het pictogram modusinstellingen
of druk op de j-toets.
- Schakel tussen de modi Functie, Parametrisch, Polair en of Recursief.
Grafiekmodi definiëren de parameters voor het tekenen van grafieken.
Het pictogram Grafiek verandert afhankelijk van de instelling van de modus Grafiektype:
FUNCTIE: deze grafiekmodus plot functies, waarbij Y een functie van X is.
PARAMETRISCH: deze grafiekmodus plot relaties, waarbij X en Y functies van T zijn.
POLAIR: deze grafiekmodus plot functies, waarin r een functie van θ is.
RIJ: deze grafiekmodus plot recursieve formules. Er zijn drie rijen beschikbaar: u, v en w, met als opties voor de onafhankelijke variabelen n, n+1 en n+2.
Overschakelen naar grafiektabelweergave (gesplitst scherm)
Wanneer er een functie is ingevoerd in de Y= editor, kun je een tabel met waarden bekijken door op a Ä te drukken.
Opmerking: de tabelinstelling a Ä bepaalt hoe tabelwaarden worden weergegeven. Controleer de tabelinstellingswaarden als de tabelresultaten niet de verwachte breuknotatie hebben. Als je decimale getallen en breuken door elkaar gebruikt, blijft de breuknotatie niet behouden.
Overschakelen naar horizontale weergave (horizontaal gedeeld scherm)
In de horizontale modus kan de onderste zone de functie-editor, de lijsteditor, de tabel of de rekenmachine zijn. Het bovenste gebied is altijd het grafiekscherm. Wijzig de onderste weergave door de gewenste toepassing te selecteren met behulp van de pictogrammen op het beginscherm of de juiste toets.
Opties voor instellingen
Modusinstellingen met de standaardinstellingen op het scherm geselecteerd:
| Instelling | Resultaat |
|---|---|
| MATHPRINT CLASSIC | Regelt dat de invoer/uitvoer wordt weergegeven zoals in een wiskundeboek. |
| NORMAL SCIENTIFIC ENG | Instelling numerieke notatie. |
| FLOAT 0123456789 | Aantal decimale posities. |
| RADIALEN GRADEN GRADIENTEN | Hoekmaat. |
| FUNCTION PARAMETRIC POLAR SEQ | Type grafiekmodus. |
| THICK DOT-THICK THIN DOT-THIN | Verandert de Y=lijn-typen. |
| SEQUENTIAL SIMULTANEOUS | Grafieken worden na elkaar of gelijktijdig getekend. |
| REAL a+bi re^ (θi) | Getaltype reëel, rechthoekig complex of polair complex. |
| FULL HORIZONTAL GRAPH-TABLE | Stelt de schermmodus in op volledig scherm of op horizontaal of verticaal gesplitst scherm. |
| n/d Un/d | Weergeven als enkelvoudige breuk of gemengd getal. |
| AUTO DECIMAL | Geeft antwoorden in dezelfde notatie weer als de invoer, een decimaal getal of een breuk (indien ondersteund). |
| DIAGNOSTICS ON DIAGNOSTICS OFF | Bepaalt welke informatie wordt weergegeven in een statistische regressieberekening (r, r², R²). |
| TAAL | Hiermee wordt de taal geselecteerd. Druk op ≥ of ≤ om de cursor te verplaatsen voor het instellen van de nieuwe taal. |