Education Technology

Functies definiëren en invoeren

1.    Selecteer vanuit het beginscherm het pictogram van de functie-editor of druk op c om de Y= editor weer te geven.

2.    Druk op de pijl omlaag om de cursor te verplaatsen naar de functie die je wilt definiëren of bewerken.

3.    Druk op q om een functie te wissen.

4.    Voer een uitdrukking in of bewerk deze om de functie te definiëren.

  • Je kunt functies en variabelen (inclusief matrices en lijsten) in de uitdrukking gebruiken. Wanneer de uitdrukking een niet-reëel getal oplevert, wordt de waarde niet geplot; er komt geen foutmelding in beeld.
  • Je kunt de snelmenu's openen door op bÜ - Ž te kiezen.
  • In de functiemodus is de onafhankelijke variabele in de functie X. Func-modus definieert l als X. Om X te openen druk je op l of op bX.
  • Zodra je het eerste teken invoert, wordt = gemarkeerd, wat aangeeft dat de functie actief is.
  • Als je een uitdrukking invoert, wordt deze opgeslagen in de variabele Yn als een door de gebruiker gedefinieerde functie in de Y=editor.

5.    Druk op = of de pijl omlaag om de cursor naar de volgende functieregel verplaatsen.

Het venster voor een grafiek instellen

Wanneer er een functie is ingevoerd in de Y= editor, kun je tabel met waarden bekijken door op a Ä te drukken. 

Opmerking: de tabelinstelling a Ä bepaalt hoe tabelwaarden worden weergegeven. Controleer de tabelinstellingswaarden als de tabelresultaten niet de verwachte breuknotatie hebben. Als je decimale getallen en breuken door elkaar gebruikt, blijft de breuknotatie niet behouden.

De opmaakopties voor een grafiek instellen

Druk op a  om alle opties voor grafiekopmaak te openen. Dit menu bevat de opties voor het traceren van interessante punten, het raster en de achtergrondkleur.

De zoomfuncties gebruiken

Druk op de f toets om snel toegang te krijgen tot de zoom-opties. Snelle zoomopties zijn onder andere de opties ZDecimal (standaardvenster), ZStandard, ZoomFit en ZoomStat.

Exploring Points of Interest Trace

Press a  to access the Points of Interest Trace (POI) feature. It is on by default. POI allows graphical analysis while tracing a function including intersections of functions, minimums, maximums, the y-intercept and zeros.

De tabel weergeven en gebruiken

Wanneer er een functie is ingevoerd in de Y= editor, kun je een tabel met waarden bekijken door op a Ä te drukken.

Opmerking: de tabelinstelling a Á bepaalt hoe tabelwaarden worden weergegeven. Controleer de tabelinstellingswaarden als de tabelresultaten niet de verwachte breuknotatie hebben. Als je decimale getallen en breuken door elkaar gebruikt, blijft de breuknotatie niet behouden.