Snelkoppelingen voor het invoeren van wiskundige uitdrukkingen

Via snelkoppelingen kunt u elementen van wiskundige uitdrukkingen invoeren door ze in te typen in plaats van de Catalogus of het symboolpalet te gebruiken. Bijvoorbeeld: om de uitdrukking 6 in te voeren kunt u sqrt(6) typen op de invoerregel. Wanneer u op · drukt, verandert de uitdrukking sqrt(6) in 6. Bepaalde snelkoppelingen zijn handig vanaf zowel de rekenmachine als het toetsenbord van de computer. Andere snelkoppelingen zijn voornamelijk handig vanaf het toetsenbord van de computer.

Vanaf de rekenmachine of het toetsenbord van de computer

Om dit in te voeren:

Typ deze snelkoppeling:

p

pi

q

theta

ˆ

infinity

{

<=

|

>=

ƒ

/=

Þ (logische implicatie)

=>

Û (logische dubbele implicatie, XNOR)

<=>

& (opslag-operator)

=:

| | (absolute waarde)

abs(...)

()

sqrt(...)

G() (Som-template)

sumSeq(...)

P() (Product-template)

prodSeq(...)

sin/(), cos/(), ...

arcsin(...), arccos(...), ...

@List()

deltaList(...)

 

Vanaf het toetsenbord van de computer

Om dit in te voeren:

Typ deze snelkoppeling:

i (imaginaire constante)

@i

e (natuurlijke logaritme grondtal e)

@e

E (wetenschappelijke notatie)

@E

T (transponeren)

@t

R (radialen)

@r

¡ (graden)

@d

g (decimale graden)

@g

± (hoek)

@<

4 (conversie)

@>

4Decimal, 4approxFraction(), en zo verder.

@>Decimal, @>approxFraction(), en zo verder.