Het Cataloguspaneel bevat een lijst met rekenmachinecommando's, functies, variabelen en symbolen die u kunt gebruiken om programma's te maken.
| ▶ | Klik op het driehoekje naast elk Catalogus-onderdeel. |
| ▶ | Sleep het Catalogus-onderdeel naar het Inhoudspaneel en zet het daar neer. Hierdoor wordt de cursor in de commandoregel van de Program Editor geplaatst nadat het is neergezet. |
-OF-
| ▶ | Dubbelklik op het Catalogus-onderdeel. Hierdoor wordt het onderdeel in de Program Editor geplakt; de focus blijft in het Cataloguspaneel, zodat u nog een onderdeel kunt selecteren. Klik aan het eind van de commandoregel om door te gaan met typen in de editor. |
Gebruik de catalogus met commando's en symbolen om deze in de editor te plakken om syntax-fouten, als gevolg van onjuist gebruik van hoofdletters en kleine letters in commando's, te voorkomen.
Voorbeeld:
Heeft u Eval( of eval( ingetypt?
Heeft u sin( of Sin( ingetypt?
|
De cataloguslijst plakt de juiste opmaak met hoofdletters, kleine letters en spaties. |
|
Extra spaties kunnen een syntax-fout veroorzaken bij het uitvoeren van een programma op de rekenmachine.
|
Waar zijn de extra spaties? U kunt extra spaties in uw programma zien met de TI Connect™ CE Program Editor, door het gehele programma te selecteren. Extra spaties aan het eind van commandoregels moeten verwijderd worden voordat het programma naar de rekenmachine wordt verzonden. |
|
Wanneer het programma op de rekenmachine wordt uitgevoerd en er extra spaties zijn, dan wordt door Goto te selecteren op het syntax-foutenscherm de cursor op de programmaregel gezet waar de fout is opgetreden. Controleer de regel op de juiste syntax en extra spaties aan het eind van de commandoregel.
| • | Ga met de cursor naar het eind van die commandoregel. |
| • | Verwijder extra spaties zorgvuldig. |
Opmerking: op de rekenmachine is er geen functie Ongedaan maken.
De commando's worden pas rekenmachinecommando's (tokens) als het programma naar de rekenmachine is verzonden.
Als er een fout is wanneer uw programma naar de rekenmachine wordt verzonden of op de rekenmachine wordt uitgevoerd, controleer dan of elk commando in de programmabewerkingsmodus van de rekenmachine ook echt een commando-token is.
Wanneer een commando een token op de rekenmachine is, dan staat de cursor op het eerste teken en springt vervolgens over het commando heen als een token. Als de cursor letter voor letter door een commando beweegt, dan is dat commando niet omgezet. Verwijder en plak het commando van de rekenmachine.
Geheugensteuntje: wanneer een programma rechtstreeks op de rekenmachine wordt ingevoerd, dan wordt het commando of de functie in zijn geheel als token geplakt.
Waarschuwing: Sommige rekenmachinecommando's, zoals LINKS, MIDDEN, RECHTS, BREUK, zijn woorden die u misschien wilt gebruiken in een string. Als een woord dat u gebruikt in een string hetzelfde is als een rekenmachinecommando, dan wordt uw woord een rekenmachine-token en kan dit fouten veroorzaken in uw programma. Gebruik geen woorden of delen van woorden die hetzelfde zijn als een TI-Basic commando om onbedoelde token-vorming van een commando te voorkomen.
Waarschuwing: de taalinstelling van TI Connect™ CE bepaalt hoe de tekst geïnterpreteerd wordt als een commando-token voor de rekenmachine. Het openen van programma's en het terugzenden naar de rekenmachine met TI Connect™ CE in verschillende talen kan resulteren in:
| • | ongewenste commando-tokens en/of |
| • | syntax-fouten |