De toetsmodus instellen

1. Zet de rekenmachine UIT.
2. Houd de toetsen Ã, [enter] en É ingedrukt en laat ze weer los.
3. Het scherm RESET OPTIONS (OPTIES RESETTEN) verschijnt.
4. Om de standaardinstellingen te veranderen beweegt u de cursor over de gewenste instelling en drukt u op [enter].

Standaard wordt het volgende ingesteld:

ANGLE (HOEK) wordt ingesteld op DEGREE (GRADEN).
STAT DIAGNOSTICS wordt ingesteld op OFF.
DISABLE logBASE (log-grondtal uitschakelen) en DISABLE S( (S( uitschakelen) worden ingesteld op NO.
DISABLE Numerieke oplosser wordt ingesteld op NO
5. Druk op OK om eerst alle geladen TI-apps te valideren en vervolgens de examenstand in te stellen. Wanneer de validatie en het instellen van de examenstand voltooid is, verschijnt het bevestigingsscherm.

6. Druk op een willekeurige toets om de rekenmachine in de toetsmodus te zetten.
7. Het toetslampje knippert oranje.

Opmerking:

De statusbalk is oranje in de TOETSMODUS en in TOETSMODUS INGESCHAKELD.
Pic & Image Vars zijn uitgeschakeld.
Alle variabelen, ook de AppVars, die opgeslagen zijn in het RAM en in het gearchiveerde geheugen worden gewist.
8. Druk op de toetsrekenmachine op Œ om te controleren of de toepassingen uitgeschakeld zijn. Het volgende scherm verschijnt:

9. Druk op de toetsrekenmachine op ¼ om te controleren of de programma's uitgeschakeld zijn. Het volgende scherm verschijnt:

10. Op de toetsrekenmachine worden Pic en Image Vars weergegeven als uitgeschakeld. Het volgende scherm verschijnt:

11. In het geheugenbeheer (y L 2:Geh. beheer/Wissen...) worden uitgeschakelde bestanden weergegeven met het "is niet gelijk aan"-teken.